Soemoed is
het Arabische
woord voor vastberadenheid
of standvastigheid, een begrip dat in de Palestijnse gemeenschap wordt gebruikt om de strijd voor het behoud van het land en de terugkeer naar Palestina uit te drukken.


Twitter

NPK PUBLICATIES - SOEMOED - JAARGANG 43, NUMMER 5

Verwoesting van de Aqsa Moskee is het ultieme doel van Israelische groepen

Het is er hard aan toegegaan bij pogingen van Palestijnen om met hun blote handen, stokken en stenen aanvallen van de Israelische bezettingsmacht op de Aqsa Moskee op de Haram al-Sharif in Jeruzalem af te slaan.

 

De Haram al-Sharif (Edele Heiligdom) is voor moslims een van hun belangrijkste heilige plaatsen (na Mekka en Medina is Jeruzalem de derde heilige stad van de Islam). Daar vandaan zou de Profeet Mohammed een nachtelijk bezoek aan de hemel hebben gebracht. Door joden wordt de platte heuveltop aangeduid met de Har HaBayit (Tempelberg). Daar zou de Tweede Tempel hebben gestaan, die in het jaar 70 van de christelijke jaartelling door de Romeinse overheerser is verwoest. De Klaagmuur wordt gezien als een laatste restant daarvan. Het Hoge Rabbinaat – een overheidsinstelling – heeft na de verovering van Oost-Jeruzalem en daarmee van de Haram al-Sharif door Israel op Jordanië in de Juni-Oorlog van 1967 bepaald, dat het voor religieuze joden verboden is om de plaats te betreden waar de Tweede Tempel zich zou hebben bevonden. Veel joden, onder hen rabbijnen, storen zich niet (langer) aan die bepaling.

 

Tempel-activisten

 

De afgelopen jaren zijn groepen van ultra-religieus-nationalistische joden zich steeds frequenter en steeds provocerender op de Haram al-Sharif gaan manifesteren. Zij zijn actief in groepen van zogeheten Tempel-activisten. Deze maken er geen geheim van het doel waarnaar zij streven: de bouw van de ‘Derde Tempel’ op de Haram al-Sharif, wat de verwoesting van de Aqsa Moskee en de Rotskoepel Moskee impliceert.


In een rapport uit 2013 stelt de Israelische onderzoeksgroep Ir Amim (Stad van de Volkeren) dat ‘de Gemeente Jeruzalem en enkele ministeries organisaties die zich inzetten voor de bouw van de Derde Tempel steunen en deze rechtstreeks financieren’. Ultra-nationalistische (en ultra-orthodoxe) partijen maken deel uit van de regering van Benjamin Netanyahoe.


Het Tempel Instituut, een toonaangevende ultra-religieus-nationalistische instelling, heeft inmiddels blauwdrukken opgesteld voor de realisatie van de Derde Tempel.


Een van de leidende figuren binnen de Tempel-beweging is rabbijn Yehuda Glick. Deze joods-Amerikaanse kolonist is oktober vorig jaar door een onbekende schutter neergeschoten. Dat gebeurde nadat hij gesproken had op een conferentie die als thema had ‘Het Joodse volk keert terug naar de Tempelberg’. Glick overleefde de aanslag.


Enkele uren na de aanslag werd de 32-jarige Palestijn Mutaz Hijazi door een speciale eenheid van de politie in een huis in de Jeruzalemse wijk
Abu Tor doodgeschoten. Hij zou de aanslag op Glick gepleegd hebben. Bewijzen daarvoor zijn nooit geleverd.

 

provocatie

 

Op 13 september bracht de minister van Landbouw, Uri Ariel, van de ultra-religieus/nationalistische partij HaBayit HaYehudi (Het Joodse Huis) van Naftali Bennett, samen met enkele geestverwanten een provocerend bezoek aan de Haram al-Sharif. Dat heeft tot een felle confrontatie tussen Palestijnen en Israelische politieagenten geleid.

 

De volgende morgen vroeg zijn Palestijnen door Israelische militairen hardhandig van het de Bab al-Silsila-plein verwijderd, dat zich dicht bij de hoofdingang tot Haram al-Sharif bevindt. Het optreden van Israelische soldaten tegen gelovigen en journalisten is op video vastgelegd.

 

Als reactie daarop zijn in andere delen van Oost-Jeruzalem en later ook elders op de Westelijke Jordaanoever onlusten uitgebroken. Tientallen Palestijnen zijn sindsdien bij botsingen met Israelische militairen en politieagenten om het leven gekomen. Vele honderden zijn door traangas- en stungranaten (lichtflits/knal) en rubber kogels gewond geraakt. Via de sociale media zijn foto's en video's van het geweld verspreid. Palestijnen zijn vervolgens aanvallen op individuele joodse kolonisten gaan uitvoeren.

 

spelen met vuur

 

Veel Palestijnen zien de verhoogde activiteit van ultra-religieus-nationalistische joden als een poging de status quo op de Haram al-Sharif gewijzigd te krijgen.

 

Na de verovering van de Haram al-Sharif in juni 1967 heeft Israel het beheer daarover in handen gelaten van Jordaanse religieuze autoriteiten. Overeengekomen werd dat het alleen moslims is toegestaan om op de Haram al-Sharif te bidden. Joden (en christenen en anderen) kunnen deze op bepaalde tijden van de dag slechts bezoeken.

 

Aan die overeenkomst lijkt te worden getornd. Zo sluit de Israelische bezettingsmacht tijdens bepaalde joodse feestdagen de Haram al-Sharif af voor moslims, wanneer joden er een bezoek aan brengen. Dergelijke maatregelen leiden tot spanningen, doorgaans gevolgd door invallen van de politie.

 

Een tactiek die Israel veelvuldig gebruikt om politie-invallen te bewerkstelligen, is om de Palestijnse vrouwelijke vrijwilligers, die bekend staan als Al-Murabitoun (de Wachters) en wier doel het is om een ​​constante aanwezigheid op Haram al-Sharif te verzekeren, de toegang tot de plaats te ontzeggen.


Palestijnen vrezen dat dergelijke ontwikkelingen zullen uitdraaien op het opdelen van de Haram al-Sharif tussen joden en moslims. Precies zoals het met de Ibrahimi Moskee in al-Khalil (Hebron) is gegaan. Na de aanslag in februari 1994 door de joodse kolonist Baruch Goldstein op biddende moslims, waarbij 29 Palestijnen omkwamen, is daar een deel van de moskee afgescheiden en in een synagoge omgevormd.

 

In een in slepend koloniaal conflict religieuze sentimenten manipuleren en instrumentaliseren, is spelen met vuur.     

 

internationaal lauwe reacties

 
Desondanks zijn internationaal de reacties op de escalatie van spanningen rond de Haram al-Sharif ronduit lauw geweest. Jordanië waarmee Israel in 1994 een vredesverdrag heeft afgesloten, waarschuwde dat een aantasting door Israel van de status quo gevolgen zal hebben voor de Jordaans-Israelische betrekkingen. Het verleden heeft echter geleerd dat op een dergelijke waarschuwing zelden een concrete actie is gevolgd.


De Europese Unie heeft zoals altijd een zwakke verklaring doen uitgaan, waarbij nagelaten wordt te wijzen op de primaire verantwoordelijkheid van Israel als bezettende mogendheid voor de crisis (immers: geen bezetting, geen crisis).


‘Het geweld en de escalatie [van de situatie op de Haram al-Sharif] waarvan melding is gemaakt, vormen een provocatie en hitsen de gemoederen op, zo vlak voor joodse en islamitische feestdagen,’ verklaarde de woordvoerder van de Europese Commissie, Maja Kocijancic, op 15 september in Brussel. ‘Het is van het grootse belang dat de betrokken partijen kalmte bewaren, een terughoudende opstelling innemen en de status quo van de heilige plaatsen volledig eerbiedigen.’


De speciale VN-coördinator voor het Midden-Oosten Vredesproces, Nickolay Mladenov, waarschuwde diezelfde dag de VN-Veiligheidsraad, dat de recente gebeurtenissen ‘potentieel het geweld tot ver buiten de muren van de Oude Stad van Jeruzalem kan doen oplaaien’. Ook hij benadrukte ‘dat alle partijen een verantwoordelijkheid hebben om zich te onthouden van provocerende acties en retoriek’, waarbij hij net als zijn EU-collega naliet om Israel als de bezettende mogendheid op zijn verplichtingen te wijzen.


Het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken liet op zijn beurt weten ‘diep bezorgd te zijn over het recente geweld en de escalatie van de spanningen’. ‘Wij veroordelen geweld in alle gevallen,’ zo verklaarde een woordvoerder van de Amerikaanse regering. ‘Het is absoluut essentieel dat alle partijen zich terughoudend opstellen en zich onthouden van provocerende acties en retoriek, en de status quo op de Haram al-Sharif/Tempelberg in woord en daad respecteren.’


De term ‘diep bezorgd’ is een formule die Washington routinematig gebruikt wanneer het gaat om het leveren van kritiek op bepaalde aspecten van de Israelische politiek, zoals de voortgaande uitbreiding van de joodse nederzettingen op bezet Palestijns grondgebied. Het verleden heeft echter geleerd dat de Verenigde Staten geenszins bereid zijn om tegen Israelische agressie op te treden.


De bovenstaande tekst is een bewerking van een artikel van Ali Abunimah dat op 16 september 2015 via The Electronic Intifada (Chicago) is gepubliceerd

vertaling en bewerking: Koen Bos

 

uit: Soemoed – jaargang 43, nummer 5 (september-oktober 2015); pp. 6-7)


Meer over Soemoed
index Soemoed - jaargang 43, nummer 5