Soemoed is
het Arabische
woord voor vastberadenheid
of standvastigheid, een begrip dat in de Palestijnse gemeenschap wordt gebruikt om de strijd voor het behoud van het land en de terugkeer naar Palestina uit te drukken.


Twitter

NPK PUBLICATIES - SOEMOED - JAARGANG 34, NUMMER 6

post scriptum: algemene verkiezingen in Nederland

Paul Kuiper

Hoe kan de verbittering tussen de islamitische en de westerse wereld tegengegaan worden? Lijsttrekkers gaven antwoord op vragen van het Humanistisch Vredesberaad.

Wat zou Nederland kunnen doen om de groeiende vijandigheid tussen de westerse en de islamitische wereld tegen te gaan? Is dat niet een kritieke vraag die uitgebreid besproken had moeten worden, zeker ook in de verkiezingscampagne? Waarom vernemen wij daar zo weinig over?

Veel te weinig wordt gezien dat de verbittering in de islamitische wereld tegen de westerse landen, en daarmee samenhangend de terreurdreiging, veel sterker is dan nodig doordat vragen die voor heel de islamitische wereld van het grootste belang zijn veronachtzaamd worden in de westerse wereld, ook in Nederland.

In de islamitische wereld wordt bij voorbeeld dit niet begrepen: Enerzijds is de oorlog tegen Irak gemotiveerd met de beweerde aanwezigheid van massavernietigingswapens in dat land, en met de bewering dat Irak in gebreke bleef VN-resoluties uit te voeren. Maar anderzijds accepteert de westerse wereld wèl dat Israel al lang massavernietigingswapens heeft, een gewoonte maakt van het negeren van VN-resoluties, en ook het vernietigende oordeel trotseert dat het Internationaal Gerechtshof geveld heeft over de gedeeltelijk op Palestijns gebied gebouwde [Apartheids-]muur.

Op 11 november 2006 troffen de Verenigde Staten voor de 33e keer sinds 1982 in de Veiligheidsraad een resolutie die Israel kritiseerde met een veto. En toen Israel in juli 2006 om een relatief geringe aanleiding overging tot gruwelijke bombardementen op Libanon (1100 doden, en bijna een miljoen mensen dakloos) hielden de westerse landen langdurig een VN-resolutie tegen die een onmiddellijk staakt-het-vuren eiste. Op 1 augustus stelde EU-voorzitter Finland voor dat de EU zich voor een onmiddellijk staakt-het-vuren zou uitspreken, maar de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, speelde er een grote rol in om dit tegen te houden!

Het Humanistisch Vredesberaad (HVB) meent dat dit anders zou moeten. Wij hebben daarom de volgende vragen voorgelegd aan alle lijsttrekkers bij de verkiezingen voor de samenstelling van de Tweede Kamer van november 2006:

1 Ziet u het als een gevaarlijke ontwikkeling dat in de wereld een tweedeling dreigt te ontstaan tussen enerzijds de westerse landen en anderzijds de islamitische wereld, waarvan een belangrijk deel overtuigd is dat de westerse landen de islamitische wereld vijandig gezind zijn?

2 Moet naar uw mening al het mogelijke worden gedaan om te voorkomen dat in de islamitische wereld de verbittering tegen de westerse landen steeds verder toeneemt, met als mogelijk gevolg dat terroristische fundamentalistische bewegingen meer aanhang krijgen?

3 In aanmerking genomen dat Nederland de Amerikaans/Britse oorlog tegen Irak gesteund heeft met als argument dat van Irak naleving van VN-resoluties geëist moest worden, moet volgens u ook aan Israel de eis gesteld worden dat het VN-resoluties en uitspraken van het Internationaal Gerechtshof naleeft?

4 Is naar uw mening de langdurige bezetting van Palestijns gebied door Israel en de steun die Israel geniet van de kant van de Verenigde Staten en andere westerse landen een belangrijke oorzaak van het wantrouwen en de verbittering tegen het Westen die in een groot deel van de islamitische wereld heersen?

5 Moeten volgens u Nederland en de EU al het mogelijke doen om te komen tot beëindiging van de Israelische bezetting van Palestijns gebied en de vorming van een levensvatbare Palestijnse staat, en erkent u dat daarvoor effectieve druk op Israel noodzakelijk is?

6 Bent u bereid om uit te spreken dat, als Israel blijft weigeren alle bezette gebieden te ontruimen en mee te werken aan de vorming van een Palestijnse staat, het EU-Associatieverdrag met Israel moet worden opgeschort?

Antwoorden op deze vragen door (of namens) de lijsttrekkers zijn ontvangen van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), het Christen Democratisch Appèl (CDA), de ChristenUnie (CU), de Partij van de Arbeid (PvdA), de Socialistische Partij (SP) en GroenLinks. Het is belangwekkend om te zien hoe de antwoorden per partij uiteenlopen. Hierbij een samenvatting:

VVD, CDA en CU: geen enkele druk op Israel

Mark Rutte (VVD) bevestigde wel de wenselijkheid van 'een levensvatbare Palestijnse staat', maar wilde zich niet uitspreken voor enige druk op Israel, laat staan voor bovengenoemde concrete maatregel. Op geen van de zes vragen wilde hij 'ja' zeggen. Hij spreekt zich wel in algemene termen uit voor 'een goede verstandhouding' tussen de westerse en de islamitische landen, maar wil zelfs geen ja zeggen op de vraag of al het mogelijke moet worden gedaan om te voorkomen dat in de islamitische wereld de verbittering tegen de westerse landen steeds verder toeneemt (vraag 2). De VVD ziet geen tweedeling tussen de westerse en de islamitische wereld, maar juist tussen westerse landen en gematigde islamitische landen enerzijds en radicale fundamentalistische islamitische landen anderzijds. 'Het Westen moet zijn hand uitsteken naar gematigde moslims.' Op de vraag of van Israel naleving van VN-resoluties moet worden verlangd (3) wordt gezegd dat Israel de VN-resoluties alleen moet uitvoeren 'als zijn veiligheid en voortbestaan gegarandeerd is'. Uitdrukkelijk voegt de VVD toe dat de door Israel gebouwde Muur 'gerechtvaardigd' is 'zolang Israel doelwit is van terrorisme vanuit de Palestijnse gebieden'. Elke druk op Israel wordt afgewezen.

Premier Balkenende (CDA) wilde in antwoord op de eerste twee vragen niet verder gaan dan verklaren dat hij 'de interreligieuze en interculturele spanningen buitengewoon serieus neemt'. Daarom spreekt hij zich uit voor 'een geïnstitutionaliseerde dialoog'. Op de vragen 3 t/m 6 antwoordde hij afwijzend. Hij vindt het niet nodig van Israel dezelfde naleving van VN-resoluties te verlangen als van Irak, omdat we volgens hem in het geval van Israel slechts te maken hebben met niet-afdwingbare resoluties van de Algemene Vergadering, niet van de Veiligheidsraad.

Balkenende vindt de vraag of de Israelische bezetting van Palestijns gebied en de steun die Israel van het Westen krijgt gezien kan worden als belangrijke oorzaak van de antiwesterse verbittering in de islamitische wereld (vraag 4), 'te simplificerend'. Volgens hem moet juist de Arabische wereld haar houding wijzigen en 'niet het bestaansrecht van Israel blijven ontkennen'. In plaats van druk op Israel (5 en 6) wil Balkenende 'veiligheidsgaranties voor Israel' en de eis aan HAMAS dat het 'de terroristische acties staakt' en Israel en 'de vastgestelde verdragen' erkent. Hij voegt wel toe: Echter, waar nodig spreekt het CDA Israel aan op zijn verantwoordelijkheden.

De CU wil niet spreken van 'tweedeling tussen de westerse en de islamitische landen' (vraag 1), maar antwoordt wel 'ja' op vraag 2. Ook op de vraag of Israel de VN-resoluties moet naleven (3) wordt 'ja' gezegd, maar dit wordt weer belangrijk ontkracht door de toevoeging dat de CU niet de VN-resoluties steunt over de Muur die Israel bouwt, terwijl bovendien gesteld wordt dat niet Israel, maar juist 'de Palestijnen' vaak de VN-resoluties hebben geschonden. Het antwoord op de vragen 4-6 luidt ontkennend. De CU spreekt zich wel uit voor een levensvatbare Palestijnse staat, maar wijst druk op Israel af. Volgens deze partij is er 'vanuit Israel al de nodige actie ondernomen om te komen tot vrede'.

de linkse partijen

De PvdA, de SP en GroenLinks antwoordden zonder meer 'ja' op de vraag of al het mogelijke moet worden gedaan om de antiwesterse verbittering in een groot deel van de islamitische wereld tegen te gaan (vraag 2) en of van Israel naleving van alle VN-uitspraken moet worden verlangd (3). Deze drie partijen zijn het er ook over eens dat de steun die Israel, ondanks de langdurige bezetting van Palestijns gebied van de kant van Amerika en andere westerse landen, geniet een belangrijke oorzaak is van die verbittering (4). En dat 'effectieve druk' op Israel noodzakelijk is om te komen tot beëindiging van de bezetting en de vorming van een Palestijnse staat (5). Maar de wegen van de linkse partijen scheiden zich bij de meest concrete vraag (6). Alleen GroenLinks en de SP stemmen ermee in dat, als Israel medewerking blijft weigeren, het EU-Associatieverdrag met Israel (waarvan de Israelische oorlogseconomie grote voordelen geniet) moet worden opgeschort. De PvdA wil zo ver niet gaan, al zegt deze partij dat opschorting 'wel een mogelijkheid zou zijn'.

Het is naar onze overtuiging buitengewoon te betreuren dat de grote partijen CDA en VVD zo weinig oog hebben voor het evidente feit dat er met twee maten gemeten wordt waar het gaat om de westerse houding tegenover landen als Irak en Israel. In de islamitische wereld is de verbittering tegen het Westen dramatisch toegenomen. Daardoor krijgen de op antiwesterse terreur gerichte extremistische islamitische groeperingen steeds meer kansen om aanhang te winnen. Met alle risico's van dien, ook voor onze eigen veiligheid. Hoe lang zal het nog duren voordat wij gaan inzien dat wijzelf helpen het vuur op te stoken dat wij allemaal zeggen zo graag te willen blussen? Ook bij de PvdA valt op dat in beginsel het inzicht wel lijkt te bestaan, maar dat men huiverig wordt zodra naar concrete drukmaatregelen tegenover Israel wordt gevraagd. Hoe kan ooit een rechtvaardige oplossing voor de Palestijnse kwestie bereikt worden als wij de moed niet opbrengen daarvoor de middelen aan te wenden die ons zeer wel ten dienste staan?


Paul Kuiper is bestuurslid van het Humanistisch Vredesberaad.

Algemene Verkiezingen (26 november): de uitslag

de Tweede Kamer telt 150 zetels

Het CDA bleef de grootste partij, maar liep in zetelaantal terug van
44 naar 41; de PvdA ging nog sterker achteruit (van 42 naar 33 zetels); de SP kwam uit de bus als de grote winnaar en verdrievoudigde zo ongeveer haar zetelaantal (van 9 naar 25); de VVD liep terug van 28 zetels naar 22 zetels; GroenLinks moest 1 zetel inleveren (van 8 naar 7); de CU verdubbelde haar aanhang (van 3 naar 6 zetels); omgekeerd werd D66 gehalveerd (van 6 naar 3 zetels); tenslotte noemen wij de nieuwe xenofobisch-rechtse Partij voor de Vrijheid, die met 9 zetels in het parlement vertegenwoordigd zal zijn. Samenvattend: De regeringspartijen (CDA, VVD en D66) verloren in totaal 12 zetels, de linkse oppositie (PvdA, SP en GroenLinks) verstrekte - ondanks de teruggang van zowel de PvdA als GroenLinks - haar positie met 6 zetels (9 indien men ook de winst van de CU erbij optelt).

(zie ook het vorige nummer van Soemoed voor een overzicht van de Midden-Oostenparagrafen in de diverse partijprogramma's)


Verschenen in Soemoed, jaargang 34, nummer 6 (november - december 2006), pp. 23-25
Meer over Soemoed
index Soemoed - jaargang 34, nummer 6